Witloof met hesp en kaassaus
Het recept voor witloof met hesp en kaassaus kan uiteraard niet ouder zijn dan het hoofdingrediënt witloof. De ‘ontdekking’ van de groente valt te situeren rond het midden van 19de eeuw.
Frans Bresiers, die aan het hoofd stond van de Brusselse kruidtuin, is waarschijnlijk de eerste die in een kelder cichorei, dat al veel langer bekend was, forceerde. Hij bedekte de wortels met aarde, en in de donkere, vochtige omgeving van de kelder verschenen witte, dichte kroppen. In elk geval was witloof vanaf 1860 te koop op de Brusselse markten en in 1873 werd de groente voorgesteld op een internationale tuinbouwtentoonstelling in Gent. De regio tussen Brussel, Mechelen en Leuven ontpopte zich tot dé witloofregio van België.
De vroegste recepten met witloof verschijnen in Belgische kookboeken vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw. Philippe-Edouard Cauderlier geeft bijvoorbeeld een recept voor gestoofd witloof in zijn gezondheidskookboek La santé uit 1882. Tegen de vroege 20ste eeuw zijn er recepten te vinden voor witloofstronkjes gevuld met een farce van gehakt, en voor een gratin van witloof in een bechamelsaus. In de eerste editie van Ons Kookboekje – later Ons Kookboek – uit 1927 staat een recept te geven voor witloof gerold in hesp en bedekt met kaassaus. Het recept zou niet meer verdwijnen uit Ons Kookboek. En het zou ook in heel wat andere kookboeken een plek veroveren. De nochtans bittere groente heeft in België en in het buitenland heel wat fans. Maar de hespenrolletjes met kaassaus zijn toch vooral een Belgische (en Noord-Franse) specialiteit.
Emaillen plantenlabels, ca.1900-1950. Collectie Kasteel Hex.
Menukaart van restaurant Bouard, 1899. Collectie Universiteitsbibliotheek Gent, Fonds Vliegende Bladen.
W. Van Lenus, Boerinnen onderweg naar de markt met witloof en eieren, ca. 1875-1925. Collectie Familie Cnops.
Witloofteler, ca. 1950-1975. Collectie CAG.
Reclame-affiche voor witloof, ca.1900-1950. Collectie Familie Cnops.