Kip met appelmoes

Kip met appelmoes

Onze voorliefde voor de combinatie van hartige en zoete smaken, zoals bij kip met appelmoes (maar ook gehaktballetjes met krieken of worst met rodekool) gaat minstens terug tot de Romeinen. De Romeinse kookboekauteur Apicius gaf al in de 1ste eeuw een recept voor kip met dadels.

Lange tijd was kip een exclusief product: kippen staan afgebeeld op stillevens in de 16de en 17de eeuw die de rijke keuken verbeelden. Ook in kookboeken uit die periode staan heel wat kiprecepten. Die kookboeken waren bedoeld voor de hoogste sociale klassen. Alleen zij – en hun koks – waren geletterd en konden aan de slag met de recepten. Vanaf het einde van de 19de eeuw stond kip ook wel eens op het menu in een gewoon gezin, maar dan vooral op het platteland. De Boerin, het ledenblad van de Boerinnenbond leerde de lezeressen in 1910 hoe een kip efficiënt te slachten en te braden in de oven, bestrooid met peper en zout. Ook in Ons Kookboekje uit 1927 begon het hoofdstuk Gevogelte met een uitleg over slachten. Landbouwersgezinnen kochten geen kip. Er volgende recepten voor ‘gebraden kieken’, ‘kieken met blonde saus’, ‘kieken met rijst’, ‘waterzooi’ en ‘opgevuld kieken’. Kip combineren met appelmoes werd in 1933 aangeraden in Ons Kookboekje. ‘Gebraden kieken opdienen met salade, appelmoes, opgelegde peren of een pikante saus’. Tussen 1955 en 2000 ging de consumptie van kip maar liefst maal 5.

Appelmoes – fruitmoes tout court – wordt al heel lang klaargemaakt. Fruit tot moes maken was een ideale manier om het langer te kunnen bewaren. In de middeleeuwen werd appelmoes ook wel ‘pameye’ genoemd. Aan gekookte en fijngestampte appelen werden soms wat melk en eieren toegevoegd, of boter. Het geheel werd afgewerkt met kaneel en suiker. Dat laatste klinkt vertrouwd.